Over Codelenzen, bronnen en bullshit

Daar zat ik gister vroeg in de avond, in de wachtruimte verdieping B3 van de parkeergarage van een winkelcentrum dat zo veel dure spullen aanbood dat de lust tot kopen mij spontaan was vergaan. In mijn handen mijn iPhone met daaraan het allergoedkoopste koptelefoontje dat ik in alle haast had kunnen kopen en op de achtergrond muzak van het allerergste soort. Waarom was ik daar? Ik had net een verzoek van Radio 1 gekregen om een interview met de onvolprezen Lara Rense voor Nieuws en Co te doen over Noord-Korea. Van Lara Rense op de radio word ik altijd heel vrolijk. Er zijn weinig radiomakers zo verschrikkelijk goed (en dat zegt wat, want Nederland heeft naar mijn mening althans heel veel uitmuntende radiomakers). Enfin, door het tijdsverschil kon ik niet live in de uitzending komen, dus het werd van te voren opgenomen.

En dat heb ik geweten. Er bleek nog een gast in de uitzending te zijn, de voormalige directeur van de MIVD, de heer Cobelens (mijn spellingscontrole blijft hier maar ‘Codelens’ van maken; well played, spellingscontrole, well played). Het nadeel van van te voren opgenomen zijn is dat je niet kunt reageren. Nu ga ik een stevig debat niet uit de weg, maar een stevig debat zat er deze keer niet in, want mijn bijdrage was al digitaal vastgelegd vanuit de parkeergaragewachtruimte in Seoul, met achtergrondmuzak en al. De heer Cobelens liet zich daardoor echter niet weerhouden om zijn plastic zwaard te voorschijn te trekken en zoals hij zelf zei ‘genuanceerd’ mijn digitale echo te kastijden.

Mijn verhaal over Noord-Korea is vrij duidelijk: Noord-Korea heeft zijn nucleaire ambities verwezenlijkt, precies zoals het al decennialang heeft verkondigd. Daarnaast heeft het al die tijd ook verkondigd dat hereniging onder de rode vlag de Noord-Koreaanse ambitie is. (en voordat ik het vergeet: laten we de mensenrechtensituatie ook vooral niet uit het oog verliezen). Tel 1 en 1 bij elkaar op en de uitkomst is duidelijk. Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar de ene 1 is voornamelijk in het Koreaans gesteld, dus enige kennis van deze overigens machtig mooi taal is een pré. Mijn analyse is niet onomstreden. Er zijn zeker argumenten aan te voeren die een andere conclusie waarschijnlijk maken. Daarom is serieus, gedetailleerd en gecommitteerd discussiëren zo enorm belangrijk. Dat doen we veel te weinig als het om Noord-Korea gaat. Het is makkelijker om soundbites uit te wisselen. En dat is precies wat er gebeurde.

Ik weet niet waar de heer Cobelens zich op baseert als hij zegt dat hij ‘weet heeft’ van geheime diplomatie. Dat kan. Het kan ook niet waar zijn. Ik ben met uitzondering van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst over het algemeen niet onder de indruk van de Noord-Korea expertise van de gemiddelde inlichtingendienst. Veel van wat zo’n dienst weet komt uiteindelijk van de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst en is niet verkregen door eigen analyse of informatievergaring. Tweedehands informatie met andere woorden en veel dingen waarvan je niet weet hoe je het weet. Maar goed, het voormalige hoofd van de MIVD (die blijkbaar nog security clearance heeft?) had ‘weet’ van allerlei dingen. Wat ík zeker weet is dat dit een oneigenlijk argument in de publieke ruimte is. Ik heb ook ‘weet’ van allerlei dingen die ik niet kan onthullen. Zo kom ik immers aan veel van mijn informatie en zeker de context waarin je dingen moet zien. Veel van de mensen die ik hier spreek kan ik niet citeren. Dat doe ik dan ook niet. Voor sommigen is het zelfs een voorwaarde dat ik niet bekendmaak dat ik hen heb gesproken. Daar houd ik me ook aan. In andere gevallen is alleen de inhoud van het gesprek iets dat niet bekend mag worden gemaakt. Als dat van te voren duidelijk is, ook prima. In de meeste gevallen is direct citeren in orde, al ben ik waarschijnlijker voorzichtiger dan ik daar strikt genomen hoef te zijn.

Ik vermoed dat ik zeer redelijke toegang heb tot het Zuid-Koreaanse veiligheids- en inlichtingenestablishment en tot de regering. Ik weet dat ik dat heb als het gaat om Noord-Koreaanse ballingen (pro tip: en dat zijn toch echt de mensen die je moet spreken. Wikipedia is handig, maar beperkt). In het publieke debat verwijs ik (voor zover die ruimte er is; zeker in een radiointerview is bronvermelding niet altijd makkelijk, maar altijd achteraf en desgevraagd) naar waar ik mijn data etc vandaan heb. Op het moment dat ik dat niet kan of wil doen, kan ik die data niet direct gebruiken in een debat. Dat slaat namelijk de conventies van het debatteren omver (het is een versie van het argumentum ex autoritate). Stel je eens een officier van justitie voor die geen openheid van zaken geeft over waarom hij/zij denkt dat een bepaald persoon iets gedaan heeft en zich er mee van af maakt de uitspraak dat hij/zij ‘er weet van heeft’ en dat de advocaat van de verdachte ‘niet genuanceerd’ is. Niet zo’n sterk argument, dunkt me. En een beetje rechter veegt dit van de tafel: of openheid van zaken of je gebruikt het niet. Dat laat onverlet dat de officier van justitie gelijk kan hebben. Dat kan. Het kan ook niet. Het is onmogelijk om dat te bepalen zonder openheid van zaken te geven (vandaar dat dat zo belangrijk is!). Sterke uitspraken doen zonder bronvermelding moeten we maar liever overlaten aan Donald Trump.

Nu dan de crux van de zaak: is er geheime diplomatie aan de gang tussen de VS en NK of tussen ZK en NK? Ik hoop het. Als ik het zou weten zou ik het niet zeggen en er ook niet op hinten. Dat lijkt me in deze situatie namelijk op het amateuristische af onverantwoord. Heeft de heer Copelens ‘weet’ van deze geheime diplomatie? Wie weet. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het ongepast is om met dit soort informatie te flaneren zonder openheid van bronnen te geven. Houd het dan gewoon voor je. Me dunkt dat een voormalige inlichtingendienstdirecteur daar ervaring mee heeft. Net zoals de mensen van dat kaliber hier die ik spreek; de professionele discretie zelve. Dus, beste vrienden van de inlichtingendiensten, laten we het volgende afspreken: publieke debatten worden gereguleerd door regels. Laten we die regels eerbiedigen of anders onze monden houden. Mochten jullie me echt iets willen vertellen: tijd voor onderonsjes in donkere steegjes heb ik altijd.

Nu ga ik mijn ereader maar weer eens aan de praat proberen te krijgen. Ik zal die James Bond uitlezen.

 

 

Respond to Over Codelenzen, bronnen en bullshit

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s